Passief bouwen

Passief bouwen. Dat klinkt nèt alsof er niks gebeurt.  Maar het tegendeel is waar. Bij passief bouwen (de term komt van de duitse professor Dr. Wolfgang Feist) wordt zó goed geïsoleerd dat een huis nauwelijks “actieve” verwarming nodig heeft. En er is meer.
Uitgangspunten zijn:

  • Optimale orientatie ten opzichte van de zon, dus grote ramen op het zuiden, en weinig of kleine ramen op het noorden.
  • Isolatiedikte van 30 centimeter en meer in muren en dak, aangepaste vloerisolatie.
  • Driedubbel isolatieglas.  U-waarden van 0,7 of beter.
  • Luchtdicht gebouwd. Ventilatie  met warmteterugwinning. geen plekken waar warmte weglekt. (Maar de ramen mogen allemaal open hoor….).
  • Lage verwarmingsbehoefte omdat warmte van mensen,  lampen, koelkast en strijkijzer meetelt als warmtebron
  • Resterende verwarmingsbehoefte van 1,5 m3 gas per jaar per m2. Dat is voor een gemiddelde woning (120 m2 oppervlakte)    totaal 180 m3 gas, ofwel nog geen 150 euro per jaar aan verwarmingskosten.
  • Voorkomen van oververhitting in de zomer door afschermen van de hoge zomerzon, dus lage koelkosten.